Ondernemerschap begint niet met een idee, maar met inkomsten
- Ben Steenstra
- 4 uur geleden
- 5 minuten om te lezen
Veel mensen willen ondernemer worden.
Ze praten over vrijheid, passie, impact, schaalbaarheid, personal branding, investeerders en misschien zelfs purpose. Allemaal prima woorden, mits er ook iets tegenover staat.
Namelijk inkomsten.
Want zonder inkomsten heb je geen onderneming. Dan heb je hooguit een idee, een droom, een LinkedIn-profiel of een PowerPoint presentatie.
Ondernemerschap begint niet met een briljant idee. Ondernemerschap begint met de bereidheid om iets te doen waar vandaag geld mee verdiend wordt. Desnoods weinig. Desnoods ongemakkelijk. Desnoods iets waar niemand status aan ontleent.
Maar wel iets dat werkt.
De Fransman die geen gitarist was, maar wel geld verdiende
Tijdens een van mijn reizen door Thailand ontmoette ik een Fransman. Sylvain.
Hij speelde gitaar in een bandje. Niet omdat hij muzikant was, maar omdat het geld verdiende. Daarom had hij zichzelf een jaar eerder gitaar leren spelen.

Daar begint voor mij ondernemerschap.
Niet bij de vraag waar je passie ligt, maar bij de vraag waar op dat moment waarde ontstaat.
Hij reisde al twee jaar door Thailand en Cambodja. Daarvoor was hij in Ierland geweest.
Ook daar kwam hij niet binnen met een plan, maar met een oude tweedehands auto, tien euro op zak en een slaapplaats op de achterbank.
In de haven waar hij stond, kwam hij in contact met een schipper. Even later werkte hij als visser op een kotter.
Toen hij weer wat geld had verdiend, reisde hij verder en kwam hij iemand tegen die vroeg of hij een hotdogstand op festivals wilde bedienen. Dat leverde hem volgens eigen zeggen op goede maanden vijftienduizend euro per maand op.
Daarna ging hij naar Thailand.
Toen het spelen in bandjes daar lastiger werd, vertrok hij naar Phnom Penh in Cambodja.
Van zijn laatste geld kocht hij een oud huisje, knapte het op en verkocht het met winst. Daarna deed hij hetzelfde nog een keer.
Geen MBA. Geen pitchdeck. Geen investeerder. Geen ingewikkeld model.
Wel de bereidheid om telkens opnieuw te kijken: waar zit nu de mogelijkheid om geld te verdienen?
De ondernemershouding die we in Nederland zelden nog herkennen
Die houding kom ik in Nederland, of eigenlijk in Europa, steeds minder tegen.
We hebben overal een verklaring voor. De markt zit tegen. De overheid werkt niet mee.
De bank wil niet financieren. De website is nog niet af. De timing is niet goed. De branding klopt nog niet. De omstandigheden zijn ingewikkeld.
Dat kan allemaal waar zijn.
Maar de echte ondernemersvraag blijft meestal liggen:
Wat kan ik vandaag doen waardoor er vandaag geld binnenkomt?
Niet over zes maanden. Niet na een subsidie. Niet na een investering. Niet nadat alles perfect is.
Vandaag.
En precies daarom moest ik deze week denken aan een goede vriend van mij.
Mijn vriend werd blikjeszoeker
Mijn vriend heeft pech gehad in zijn leven. Hij woont in een sociale huurwoning, heeft schulden opgebouwd en is door een ongelukkige samenloop van omstandigheden zijn rijbewijs kwijtgeraakt. Daarnaast leeft hij van een bijstandsuitkering en heeft hij dure medicijnen nodig om normaal te kunnen functioneren.
Dan wordt het leven ineens heel concreet.
Medicijnen kopen. Schulden aflossen. Eten. Huur. Normaal rondkomen.
Het past niet.
Fulltime werken is lastig, omdat voor veel beroepen waar hij voor in aanmerking komt een rijbewijs nodig is. Wachten op een oplossing kan. Klagen ook. Je kunt ook boos worden op de rechtbank, de gemeente, de regels, het systeem of de pech die je gehad hebt.
Maar daar komt geen euro extra van binnen.
Dus koos hij een beroep.
Blikjeszoeker.
De trein als businessmodel
Hij neemt het serieuzer dan veel startende ondernemers hun onderneming nemen.
Zijn werkterrein is de trein, omdat hij gelukkig een gratis maandabonnement heeft. Meestal stapt hij rond vijf uur ’s middags met een grote koffer en een rugtas de trein in.

Dan begint zijn ronde.
Coupé voor coupé. Prullenbak voor prullenbak. Zo stil mogelijk. Zo onzichtbaar mogelijk. Op zoek naar blikjes met statiegeld.
En terwijl hij het vertelt, beginnen zijn ogen te glinsteren.
Want ook dit blijkt een vak.
Je moet weten welke treinen interessant zijn. Op welke tijden mensen drinken. Waar de prullenbakken zitten. Bij welke stations de trein even leegloopt. Hoe je snel door een wagon beweegt zonder op te vallen.
Hij heeft routes. Timing. Concurrentie. Risico’s. Dagopbrengst.
Met andere woorden: hij heeft gewoon een businessmodel.
Alleen noemt niemand het zo, omdat het niet in een koffietentje op een laptop gebeurt.
De concurrentie komt niet altijd uit de hoek die je verwacht
Het mooiste detail vond ik zijn concurrentieanalyse.
In de trein zijn de grootste concurrenten volgens hem niet de zwervers of andere mensen die blikjes zoeken, maar de conducteurs. Niet omdat hij iets doet wat verboden is, maar omdat zij natuurlijk ook zien wat er in de prullenbakken ligt.
Dus moet hij slim zijn.
Niet te opvallend. Niet te langzaam. Niet te brutaal. Niet te zichtbaar.
In de steden is de concurrentie weer anders. Daar zie je soms op afstand al of iemand je voor is geweest. Dan ligt de halve vuilnisbak ernaast en weet je dat het weinig zin meer heeft.
Maar de pijnlijkste concurrenten zijn niet de mensen waar iedereen direct aan denkt.
Het zijn vaak gepensioneerden.
Mensen die hun leven lang gewerkt hebben en nu met schaamte in hun ogen blikje voor blikje uit afvalbakken halen, omdat hun AOW niet genoeg is om normaal rond te komen.
Dat is schrijnend.
Maar het is ook ondernemend.
Want hoe klein het bedrag ook is, ze doen iets. Ze bewegen. Ze proberen waarde te vinden waar anderen alleen afval zien.
Kort gezegd: ondernemerschap begint niet met een briljant idee, een businessplan of een mooie website. Ondernemerschap begint met de bereidheid om iets te doen waar vandaag geld mee verdiend wordt. Soms is dat een hotdogstand. Soms een oud huis opknappen. En soms is het blikjes zoeken in de trein.
Geld verdienen begint meestal kleiner dan je ego aankan
Veel mensen die ondernemer willen worden, wachten op het grote idee.
Maar het grote idee komt zelden eerst.
Meestal begint ondernemen met iets kleins. Iets eenvoudigs. Iets waar je misschien geen status aan ontleent. Iets wat vanaf dag één geld oplevert.
Een hotdogstand. Een kotter. Een oud huisje. Een gitaar in een Thais bandje. Of blikjes zoeken in de trein.
Dat klinkt misschien niet als ondernemerschap, maar dat is het wel.
Sterker nog, het is vaak zuiverder ondernemerschap dan iemand die al twee jaar praat over een concept waar nog nooit iemand voor betaald heeft.
Want geld verdienen is uiteindelijk niet ingewikkeld.
Je moet iets vinden waar iemand waarde aan geeft, of waar al waarde in zit, en vervolgens bereid zijn om het werk te doen dat anderen laten liggen.
De vraag die elke ondernemer zichzelf zou moeten stellen
Daarom is de blikjeszoeker misschien wel een betere spiegel voor ondernemers dan de gemiddelde succesgoeroe.
Niet omdat blikjes zoeken romantisch is. Dat is het niet.
Het is armoede. Het is noodzaak. Het is soms vernederend. En het zegt ook iets pijnlijks over een land waarin ouderen, zieken en mensen met pech op deze manier moeten bijverdienen.
Maar los daarvan zit er ook een ondernemersles in die veel mensen vergeten zijn.
Als je echt wilt ondernemen, moet je stoppen met wachten op perfecte omstandigheden.
Je moet beginnen met de vraag:
Waar zit vandaag waarde die ik kan omzetten in inkomsten?
En daarna komt de volgende vraag:
Ben ik bereid om te doen wat daarvoor nodig is, ook als mijn ego dat eigenlijk te klein vindt?
Want daar begint ondernemerschap vaak.
Niet bij een businessplan.
Maar bij je handen uit de mouwen steken.














Opmerkingen