top of page
  • LinkedIn
  • Youtube
  • Black Facebook Icon
  • Black Instagram Icon
  • X

Nieuwsgierigheid: waarom we liever gelijk hebben dan vragen stellen

Als kind wilde je alles weten. Nu vertel je vooral wat je al weet. Hoe nieuwsgierigheid wordt verdrongen door ervaring, ego en schaamte, en waarom we weer übernieuwsgierig moeten worden.


In 1992 vroeg ik mij af of het mogelijk was om panoramafoto’s te maken waarmee je digitaal door een stad kon lopen. Nu klinkt dat niet bijzonder revolutionair. We hebben Google Street View, driedimensionale kaarten en telefoons die betere foto’s maken dan camera’s die destijds een vermogen kostten. Maar in 1992 moest je aan de meeste mensen nog uitleggen wat internet was en stond digitale fotografie ongeveer waar AI een paar jaar geleden stond. Iedereen voelde dat er iets ging gebeuren, maar niemand wist precies wat.


Ik sprak fotografen, technici en mensen die de nieuwste ontwikkelingen rond computers en digitale fotografie volgden. Ook Peter Paul Huf, zoon van de beroemde fotograaf Paul Huf en iemand die midden in die nieuwe fotografische technieken zat.


Ze vertelden mij allemaal dat het onmogelijk was.


Dat antwoord accepteerde ik niet. Niet omdat ik meer wist dan zij, want ik wist aantoonbaar minder, maar omdat ik wilde begrijpen waarom het niet kon. Welk onderdeel was onmogelijk? Waar liep de techniek vast? Welke kennis ontbrak? Wie zouden we kunnen vinden die het probleem anders bekeek?


Ik bleef vragen stellen. Niet één keer, maar tot vervelens toe. Waarom? Waarom? Waarom?


Twee jaar later maakten we Discover Amsterdam, een digitale stedengids op cd-rom waarmee je kruispunt voor kruispunt door Amsterdam kon lopen. Daarna volgden Boedapest en Wenen. Ook Parijs en Barcelona werden gemaakt, maar kwamen nooit op de markt.



Het werd geen Google Street View. Anders schreef ik dit waarschijnlijk vanaf mijn eigen eiland. Maar we hadden wel iets gebouwd waarvan alle deskundigen hadden gezegd dat het onmogelijk was.


Sindsdien geloof ik niet meer dat je gewoon nieuwsgierig moet zijn.


Je moet übernieuwsgierig zijn.


Onmogelijk is vaak een net woord voor: ik weet het niet


Deskundigen zeggen zelden dat ze het antwoord niet weten. Ze zeggen dat iets niet kan, niet realistisch is, niet verstandig is of al eerder is geprobeerd. Dat klinkt een stuk beter op een vergadering en je houdt er je status mee overeind.


“Dat weet ik niet” opent een gesprek. “Dat is onmogelijk” sluit het af.


Maar onmogelijk betekent verrassend vaak: met de kennis, ervaring, techniek en verbeeldingskracht die ik nu heb, zie ik niet hoe het kan. Dat is een heel andere uitspraak. Daar zit geen punt achter, maar een vraagteken.


Ervaring is waardevol. Zonder ervaring zouden we iedere fout opnieuw moeten maken en daar hebben we TikTok al voor. Maar ervaring is ook een archief van de wereld zoals die gisteren werkte. Hoe sneller de wereld verandert, hoe gevaarlijker het wordt om dat archief te verwarren met de grenzen van wat morgen mogelijk is.


Een expert weet vaak heel goed wat tot nu toe niet is gelukt. Dat is niet hetzelfde als weten wat onmogelijk is.


Kinderen vragen. Volwassenen verklaren


Kinderen kunnen je volledig gek maken met vragen. Waarom is de lucht blauw? Waarom moet ik slapen? Waarom heeft die meneer geen haar? Waarom mag jij dat wel? Waarom is water nat? Waarom kunnen we niet iedere dag pannenkoeken eten?


Ze missen nog het sociale talent om te doen alsof ze alles begrijpen.


Gelukkig maar.


In onderzoek naar spontane vragen van jonge kinderen werden natuurlijke gesprekken thuis geanalyseerd. Kinderen stelden daarin gemiddeld meer dan honderd vragen per uur. Ongeveer 71 procent daarvan was informatiezoekend. Het waren dus vragen waarmee zij werkelijk iets probeerden te ontdekken.


Meer dan één kennisvraag per minuut. Probeer dat eens tijdens een directievergadering en kijk hoelang het duurt voordat iemand je vraagt wat je nu eigenlijk wilt zeggen.

Een kind ontdekt een gat in zijn kennis en legt dat onmiddellijk op tafel. Het denkt niet eerst na over zijn reputatie, functietitel of persoonlijke merk. Het vraagt zich niet af of de vraag wel intelligent genoeg klinkt. Het wil gewoon weten hoe de wereld werkt.


Kinderen begrijpen bovendien al vroeg dat niet iedereen hetzelfde weet. Tijdens een observatiestudie onder kleuters tijdens vrij spel bestond 25 procent van wat kinderen tegen volwassenen zeiden uit vragen. Bij gesprekken met andere kinderen was dat 17 procent. Zelfs kleuters zoeken dus bewust degene op van wie zij verwachten iets te kunnen leren.


En dan groeien we op.


We verzamelen kennis, ervaring, overtuigingen en conclusies. Dat helpt ons sneller beslissen, maar het zorgt er ook voor dat we minder onderzoeken. In plaats van te vragen wat iemand bedoelt, vullen we het in. In plaats van te onderzoeken waarom iets niet werkt, trekken we een conclusie. In plaats van onze aannames te controleren, zoeken we argumenten die bevestigen wat we toch al dachten.


Kinderen willen weten. Volwassenen willen gelijk krijgen.


Echte nieuwsgierigheid kan je van mening veranderen


Volwassenen spreken natuurlijk nog steeds zinnen uit met een vraagteken. Een verkoper stelt vragen om iets te verkopen. Een interviewer stelt vragen omdat het zijn werk is. Iemand op een date stelt vragen om geïnteresseerd over te komen, een stilte te vullen of te voorkomen dat de ander na drie minuten naar het toilet vlucht en nooit meer terugkomt.


Maar een vraagteken is nog geen nieuwsgierigheid.


Echte nieuwsgierigheid begint waar het antwoord iets aan jou kan veranderen. Waar je niet alleen informatie verzamelt, maar bereid bent je plan, mening of zorgvuldig opgebouwde gelijk opnieuw te bekijken.


Precies daar wordt het ongemakkelijk. We zeggen graag dat we openstaan voor nieuwe inzichten, zolang die nieuwe inzichten maar bevestigen wat we al vonden. Informatie die ons gelijk ondersteunt noemen we bewijs. Informatie die ermee botst noemen we een mening.


Zo kun je jarenlang nieuwsgierig lijken zonder ooit werkelijk iets nieuws toe te laten.


Dunning-Kruger: zelfs de ontbrekende vraag ontbreekt


Het oorspronkelijke onderzoek van Justin Kruger en David Dunning begon met het verhaal van een bankrover die citroensap op zijn gezicht had gesmeerd. Hij dacht dat hij daardoor onzichtbaar zou zijn voor beveiligingscamera’s. Citroensap werd immers gebruikt als onzichtbare inkt, dus zijn redenering voelde voor hem volkomen logisch.

Totdat de politie de camerabeelden liet zien.


In de experimenten die volgden, maakten deelnemers tests over logica, grammatica en humor. De slechtst presterende groep eindigde gemiddeld rond het twaalfde percentiel, maar schatte zichzelf in rond het tweeënzestigste. Ze zaten er dus niet een beetje naast. Ze hadden een compleet andere wedstrijd in hun hoofd gespeeld en zichzelf uitgeroepen tot winnaar.


Dat is de kern van het Dunning-Kruger-effect. Je hebt enige kennis over een onderwerp nodig om te kunnen herkennen waar jouw kennis tekortschiet. Als je heel weinig weet, zie je niet alleen het antwoord niet. Soms zie je niet eens dat er een vraag ontbreekt.


Dat zie je overal. De ondernemer die na drie Instagramvideo’s precies weet hoe marketing werkt. De politicus die een ingewikkeld maatschappelijk probleem terugbrengt tot één oorzaak. De manager die geen vragen stelt omdat zijn functie veronderstelt dat hij de antwoorden heeft. De partner die allang denkt te weten wat de ander bedoelt en daarom niet meer luistert.


Ze hebben geen gebrek aan antwoorden.


Ze hebben een gebrek aan vragen.


Ego: liever slim lijken dan slimmer worden


Dunning-Kruger verklaart waarom we sommige kennishiaten niet herkennen. Ego en schaamte verklaren waarom we andere kennishiaten wel zien, maar verbergen.


Er zijn dus twee redenen waarom een volwassene zijn mond houdt:


  • Ik stel geen vraag omdat ik denk dat ik het al weet.

  • Ik stel geen vraag omdat ik niet wil dat jij ziet dat ik het niet weet.


Aan de buitenkant zien die twee mensen er hetzelfde uit. Ze zwijgen allebei en kunnen daardoor bijzonder zelfverzekerd overkomen. Maar zelfverzekerdheid is geen bewijs van kennis. Soms is het alleen de afwezigheid van voldoende inzicht om te twijfelen.


Bij 247 onderzochte academische seminars werden gemiddeld en mediaan slechts zes vragen gesteld. Zes vragen vanuit een zaal met gemiddeld 34 hoogopgeleide mensen die speciaal waren gekomen om naar een deskundige te luisteren.


Nog veelzeggender is dat 91 procent van de vrouwen en 92 procent van de mannen in de bijbehorende enquête zei soms een vraag te hebben, maar haar niet te stellen. Mensen waren bang dat ze iets verkeerd hadden begrepen, niet intelligent genoeg zouden overkomen of door de spreker en hun collega’s zouden worden beoordeeld.


De nieuwsgierigheid was er dus wel. Alleen het ego stond voor de microfoon.


Een kind zegt: “Ik snap het niet.”


Een directeur zegt: “Laten we hier later nog even strategisch naar kijken.”


De nieuwe generatie heeft alle antwoorden op zak


Mijn voormalige stiefzoon is zeventien en wil kleding inkopen in Azië om die hier met winst te verkopen. Mooi plan. Echte ondernemersenergie.


Alleen wil hij het volledig op zijn eigen manier doen. Vragen stellen aan iemand die al verschillende bedrijven heeft opgebouwd, of luisteren wanneer ik hem iets probeer mee te geven, staat niet hoog op zijn lijstje. Hij zal waarschijnlijk denken dat ik een oude man ben die nog weet wat een cd-rom is. Daar heeft hij natuurlijk een punt.


Toch zie ik dit vaker bij de nieuwe generatie. Ze hebben toegang tot meer informatie dan welke generatie voor hen ook en verwarren die toegang soms met het bezitten van kennis. Alles is opzoekbaar. TikTok legt het in 38 seconden uit, een YouTuber heeft een stappenplan en AI schrijft binnen een minuut een ondernemingsplan. Waarom zou je nog luisteren naar iemand die het al eens heeft meegemaakt?


Omdat informatie vinden niet hetzelfde is als begrijpen wat belangrijk is.


AI vertelt je dat je rekening moet houden met invoerrechten, btw, kwaliteit, retouren, voorraad, liquiditeit en marges. Maar AI ziet niet aan het gezicht van een leverancier dat je waarschijnlijk wordt belazerd. Een YouTuber voelt niet wat er gebeurt wanneer je geld vastzit in vijfhonderd kledingstukken die niemand wil hebben. En TikTok belt je niet wanneer je omzetbelasting verkeerd is berekend.


Misschien klinkt dit als een oude man die moppert over sociale media. Dat risico neem ik. Oude mannen hebben niet altijd gelijk, maar sommigen hebben hun btw-aangifte al eens verkeerd gedaan.


Ervaring geeft geen garantie dat iemand gelijk heeft. Maar weigeren te luisteren geeft bijna de garantie dat je fouten opnieuw gaat uitvinden.


Een zeventienjarige wil zelf achter het stuur zitten. Dat hoort bij volwassen worden. Maar autonomie zonder nieuwsgierigheid is geen zelfstandigheid. Het is geblinddoekt experimenteren en vervolgens trots zijn dat je zelf tegen de muur bent gereden.


Luisteren kost niets. Behalve misschien je gelijk


Een van de domste misverstanden in onze communicatie is dat luisteren hetzelfde zou zijn als instemmen.


Dat is het niet.


Een vraag stellen betekent niet dat je de ander gelijk geeft. Advies aanhoren verplicht je tot niets. Je verzamelt informatie, vergelijkt die met wat je al weet en neemt daarna je eigen besluit. Misschien doe je vervolgens precies wat je al van plan was. Prima. Maar dan is het tenminste een besluit en niet alleen een reflex.


Vragen stellen is geen onderwerping aan de kennis van een ander. Het is uitbreiding van je eigen kennis.


Toch ervaren veel volwassenen een vraag als een kleine nederlaag. Wie vraagt, geeft immers toe dat hij iets niet weet. Wie luistert, loopt het risico dat de ander iets verstandigs zegt. En wie na nieuwe informatie zijn mening herziet, krijgt tegenwoordig al snel te horen dat hij draait.


Daarom luisteren we vaak niet om iets te leren. We wachten totdat de ander ademhaalt, zodat we zelf weer verder kunnen praten.


Mijn voormalige stiefzoon hoeft mijn advies niet over te nemen. Hij mag zijn eigen beslissingen nemen en zijn eigen fouten maken. Maar weigeren te luisteren is geen onafhankelijkheid. Het is vrijwillig afstand doen van beschikbare kennis.


In business kan gelijk hebben verdomd duur worden


In bedrijven hoor je voortdurend: “Dat hebben we al geprobeerd.” Daarmee wordt niet alleen een idee afgewezen. Het bedrijf besluit ook dat de markt, technologie, omstandigheden en mensen nog precies hetzelfde zijn als de vorige keer.


Ervaring wordt gebruikt om een nieuwe vraag te sluiten voordat iemand heeft onderzocht wat inmiddels veranderd is. Dat is comfortabel, efficiënt en soms desastreus.

In de politiek wordt van mening veranderen na nieuwe informatie gezien als zwakte. Terwijl dat precies is wat een intelligent mens hoort te doen. In werkelijkheid wordt een politicus die iets leert beschuldigd van draaien. Daarom blijft hij liever luid en consequent ongelijk hebben.


In relaties vragen we niet meer wat de ander bedoelt, omdat we denken dat al te weten. We vullen de intentie in, reageren op onze eigen interpretatie en noemen de daaropvolgende ruzie een communicatieprobleem. Ondertussen heeft de ander vaak iets heel anders gezegd dan waar wij inmiddels al twintig minuten boos over zijn.


Ook leiderschap lijdt onder een gebrek aan vragen. Een functietitel creëert de verwachting dat je antwoorden moet geven. Daardoor gaan leiders praten wanneer ze zouden moeten onderzoeken en besluiten wanneer ze nog onvoldoende begrijpen wat er werkelijk speelt.


Goede leiders zijn niet de mensen met de meeste antwoorden. Goede leiders stellen de vragen die anderen niet zien, niet willen horen of niet durven stellen.


Übernieuwsgierigheid: blijven vragen tot onmogelijk breekt


De wereld verandert sneller dan ons gelijk. Technologie, markten, relaties en maatschappelijke verhoudingen wachten niet totdat onze ervaring weer actueel is. Wie zich uitsluitend vastklampt aan wat hij al weet, wordt niet standvastig maar langzaam irrelevant.


Daarom is gewone nieuwsgierigheid niet genoeg.


Übernieuwsgierigheid betekent dat je blijft doorvragen wanneer een deskundige “onmogelijk” zegt. Dat je luistert zonder automatisch te gehoorzamen. Dat je actief zoekt naar het gat in je eigen redenering en juist informatie toelaat die je liever niet hoort.


Het betekent ook dat je niet alleen vragen stelt waarop je graag het antwoord wilt horen. Je stelt de vragen die jouw plan, onderneming, overtuiging, relatie of zorgvuldig opgebouwde zelfbeeld onderuit kunnen halen:


  • Welke aanname onder mijn plan kan verkeerd zijn?

  • Wie weet hier aantoonbaar meer van dan ik?

  • Welke informatie probeer ik buiten te houden?

  • Wat zou mij werkelijk van mening laten veranderen?

  • Stel ik geen vraag omdat ik het antwoord ken, of omdat ik bang ben voor het antwoord?


Dat is geen zwakte. Dat is intellectueel onderhoud.


Discover Amsterdam ontstond niet omdat ik meer wist dan de experts. Het ontstond omdat ik weigerde hun kennis te verwarren met de grens van wat mogelijk was. Ik bleef vragen waarom het niet kon, totdat we ontdekten hoe het wel kon.


De gevaarlijkste zin in een snel veranderende wereld is niet: “Ik weet het niet.”


De gevaarlijkste zin is: “Ik weet al genoeg.”


Veelgestelde vragen over nieuwsgierigheid en vragen stellen


Waarom stellen kinderen zoveel vragen?


Kinderen stellen vragen om gaten in hun kennis direct op te vullen. In onderzoek naar natuurlijke gesprekken tussen jonge kinderen en volwassenen stelden kinderen gemiddeld meer dan honderd vragen per uur. Ongeveer 71 procent daarvan was informatiezoekend. Vragen stellen is voor kinderen geen teken van onwetendheid, maar hun belangrijkste manier om de wereld te leren begrijpen.


Klopt het dat een vierjarig kind bijna 400 vragen per dag stelt?


Het vaak genoemde aantal van 390 vragen per dag komt uit een enquête uit 2013 onder duizend Britse moeders. Volgens die enquête stelden vooral vierjarige meisjes uitzonderlijk veel vragen. Het was commercieel onderzoek van webwinkel Littlewoods en geen wetenschappelijke studie. Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat jonge kinderen meer dan honderd vragen per gespreksuur kunnen stellen, maar niet dat ieder vierjarig kind dagelijks precies 390 vragen stelt.


Stellen volwassenen minder vragen dan kinderen?


Volwassenen stellen doorgaans veel minder openlijke, informatiezoekende vragen dan jonge kinderen. Ze beschikken over meer kennis en ervaring, maar denken daardoor ook sneller dat ze een onderwerp al begrijpen. Daarnaast wegen volwassenen af of een vraag nuttig, verstandig of sociaal veilig is. Kinderen leggen hun onwetendheid op tafel. Volwassenen verpakken of verbergen haar.


Waarom stellen volwassenen steeds minder vragen?


Volwassenen stellen minder vragen omdat ervaring geleidelijk verandert in overtuiging. We vullen sneller in wat iemand bedoelt, vertrouwen op eerdere conclusies en zoeken informatie die bevestigt wat we al dachten. Daarnaast houden ego, status en schaamte ons tegen. We willen liever deskundig lijken dan zichtbaar deskundiger worden.


Wat heeft het Dunning-Kruger-effect met vragen stellen te maken?


Het Dunning-Kruger-effect beschrijft hoe beperkte kennis ervoor kan zorgen dat iemand zijn eigen gebrek aan kennis niet herkent. Je weet dan niet alleen het antwoord niet, je ziet soms niet eens dat er een vraag ontbreekt. Zonder herkenbaar kennishiaat ontstaat ook geen behoefte om iets te vragen. Je denkt dat je het onderwerp begrijpt, terwijl je vooral onvoldoende weet om te zien wat je mist.


Betekent geen vragen stellen automatisch dat iemand niet nieuwsgierig is?


Nee. Iemand kan een vraag hebben en haar toch niet stellen uit angst om dom, onzeker of ondeskundig over te komen. Bij onderzoek rond 247 academische seminars zei meer dan 90 procent van de ondervraagde academici soms een vraag te hebben, maar die niet te stellen. Nieuwsgierigheid kan dus aanwezig zijn terwijl ego, status of sociale onzekerheid haar het zwijgen oplegt.


Waarom hebben volwassenen liever gelijk dan dat ze iets nieuws leren?


Gelijk hebben voelt veilig. Een nieuw antwoord kan betekenen dat een eerder besluit verkeerd was, een overtuiging niet klopt of iemand anders meer weet. Daarom verdedigen mensen soms hun bestaande verhaal in plaats van een nieuwe vraag te stellen. We noemen informatie die ons ondersteunt graag bewijs en informatie die ons tegenspreekt al snel een mening.


Is luisteren hetzelfde als instemmen?


Nee. Luisteren betekent dat je informatie verzamelt voordat je een conclusie trekt. Je kunt iemand serieus aanhoren en daarna alsnog besluiten dat hij ongelijk heeft. Wie weigert te luisteren beschermt niet zijn zelfstandigheid, maar beperkt vrijwillig zijn beschikbare kennis.


Waarom is nieuwsgierigheid belangrijk voor ondernemers en leiders?


Markten, technologie en menselijk gedrag veranderen sneller dan opgebouwde ervaring. Ondernemers en leiders die uitsluitend vertrouwen op wat vroeger werkte, kunnen belangrijke veranderingen missen. Goede leiders hoeven niet alle antwoorden te hebben. Ze moeten de vragen stellen die anderen niet zien, niet willen horen of niet durven stellen.


Hoe kun je als volwassene nieuwsgieriger worden?


Begin niet met meer informatie verzamelen, maar met het onderzoeken van je eigen zekerheden. Stel jezelf regelmatig deze vragen:


  • Welke aanname onder mijn plan kan verkeerd zijn?

  • Wie weet hier aantoonbaar meer van dan ik?

  • Welke informatie probeer ik buiten te houden?

  • Wat zou mij werkelijk van mening laten veranderen?

  • Stel ik geen vraag omdat ik het antwoord ken, of omdat ik bang ben voor het antwoord?


Een goede vraag bevestigt niet alleen wat je al weet. Een goede vraag kan je denken, besluit of gedrag veranderen.


Wat is übernieuwsgierigheid?


Übernieuwsgierigheid is het weigeren om een eerste antwoord als eindpunt te accepteren. Het betekent dat je blijft doorvragen wanneer iemand “onmogelijk” zegt, actief zoekt naar fouten in je eigen redenering en luistert zonder automatisch te gehoorzamen. Gewone nieuwsgierigheid wil iets weten. Übernieuwsgierigheid wil het zelfs weten wanneer het antwoord ongemakkelijk is.


Kun je nieuwsgierigheid opnieuw leren?


Ja. Nieuwsgierigheid verdwijnt meestal niet volledig, maar raakt bedolven onder routine, zekerheid, status en de angst om onwetend over te komen. Door vaker toe te geven dat je iets niet weet, betere vervolgvragen te stellen en informatie toe te laten die je overtuiging uitdaagt, kan nieuwsgierigheid opnieuw een gewoonte worden. De belangrijkste stap is stoppen met “ik weet het al” verwarren met “ik heb het werkelijk onderzocht”.

Opmerkingen


bottom of page