top of page
  • LinkedIn
  • Youtube
  • Black Facebook Icon
  • Black Instagram Icon
  • X

Waarom is het zo moeilijk om toe te geven dat je ongelijk hebt? Omdat het persoonlijk voelt

Bijgewerkt op: 21 jul

Niet het ongelijk hebben doet pijn. Ontdekken dat je ongelijk hebt wel.


Op een dag sprak ik over het boeddhisme met het schoolhoofd van een van de scholen die we in Thailand hadden gebouwd. Hij was een oudere, wijze en belezen boeddhist die veel meer over het onderwerp wist dan ik.


Tijdens ons gesprek vertelde hij dat Boeddha in Thailand was geboren.


Dat verbaasde mij, omdat ik kort daarvoor uit Cambodja was teruggekomen. De mensen die ik daar had gesproken, hadden mij vol overtuiging verteld dat Boeddha in Cambodja was geboren. Vier maanden eerder hadden mensen in Delhi mij verzekerd dat Boeddha werkelijk uit India kwam.


Drie landen. Drie verschillende waarheden. Iedereen volledig overtuigd.


Volgens UNESCO werd Boeddha geboren in Lumbini, in het huidige Nepal. Ik had per ongeluk een rondreis langs vier landen vol absolute zekerheid gemaakt en geen van de drie mensen die Boeddha voor hun eigen land opeisten, had Nepal zelfs maar genoemd.



Het opmerkelijke was niet dat deze mensen ongelijk hadden. We hebben allemaal regelmatig ongelijk. Ik heb zakelijk en persoonlijk ongelijk gehad, en waarschijnlijk ook al verschillende keren voor het ontbijt.


Wat mij fascineerde, was de zekerheid.


Niemand zei: “Ik geloof dat hij misschien hier is geboren.” Niemand vroeg zich af of het verhaal dat hij had geleerd onjuist kon zijn. Hun versie voelde niet als een versie. Het voelde als de werkelijkheid.


Waarom raken we zo gehecht aan ons gelijk? En waarom voelt ontdekken dat we ongelijk hebben zo vaak als een persoonlijke aanval?


Ongelijk hebben voelt precies hetzelfde als gelijk hebben


Kathryn Schulz onderzocht dit prachtig in haar boek Being Wrong: Adventures in the Margin of Error en haar TED Talk On Being Wrong.


Wanneer je mensen vraagt hoe het voelt om ongelijk te hebben, noemen ze meestal schaamte, ongemak of zelfs vernedering. Maar dat zijn niet de gevoelens die horen bij ongelijk hebben. Het zijn de gevoelens die ontstaan wanneer je ontdekt dat je ongelijk had.


Tot dat moment voelt ongelijk hebben precies hetzelfde als gelijk hebben.


Het schoolhoofd in Thailand werd niet iedere ochtend wakker met de gedachte: “Wat heerlijk, weer een dag waarop ik mij vergis over Boeddha.” Zijn overtuiging voelde waar. Hetzelfde gold voor de mensen die ik in Cambodja en India sprak.


Dat maakt ongelijk hebben zo interessant en zo gevaarlijk. Een verkeerde overtuiging wordt niet geleverd met een waarschuwingsetiket. Er gaat geen rood lampje in je hoofd knipperen met de tekst: “Let op, deze mening kan complete onzin bevatten.”


Terwijl we ongelijk hebben, voelen we ons meestal volkomen zeker.


We verdedigen geen ideeën. We verdedigen onszelf


Ontdekken dat een van je ideeën niet klopt, zou relatief eenvoudig moeten zijn. Je ontvangt betere informatie, past je denken aan en gaat verder met je leven.

Helaas heeft het menselijke ego die handleiding niet gelezen.


Wanneer iemand onze overtuiging ter discussie stelt, horen we zelden: “Dit specifieke idee is misschien onjuist.” We horen: “Jij bent onwetend, onzorgvuldig, onverantwoordelijk of dom.”


Het idee en de persoon raken met elkaar versmolten. Als mijn idee niet klopt, is er misschien iets mis met mij. Als mijn zakelijke beslissing mislukt, ben ik misschien niet de ondernemer die ik dacht te zijn. Als mijn politieke mening gebaseerd is op verkeerde informatie, ben ik misschien niet zo intelligent en goed geïnformeerd als ik mijzelf graag voorhoud. En als mijn partner gelijk heeft over mijn gedrag, moet ik misschien mijn excuses aanbieden. Dat is bijzonder onhandig, want ik had de rest van de ruzie al voorbereid.


Gelijk hebben geeft ons meer dan een antwoord. Het geeft ons identiteit, status en zelfvertrouwen. Het vertelt ons dat we intelligent, verantwoordelijk, goed geïnformeerd en in controle zijn.


Daarom kan corrigerende informatie bedreigend voelen. Het valt niet alleen onze conclusie aan. Het lijkt ook de persoon aan te vallen die tot die conclusie kwam.

Zekerheid wordt een emotioneel harnas.


School beloont antwoorden, geen intellectuele moed


Op school wordt kinderen niet letterlijk verteld dat fouten maken hen dom maakt. Het gebeurt subtieler.


Goede antwoorden leveren punten op. Verkeerde antwoorden worden met rood aangestreept. Het kind dat de minste fouten maakt, krijgt het hoogste cijfer. Het kind dat zelfverzekerd het juiste antwoord geeft, wordt beloond. Het kind dat een intelligente maar lastige vraag stelt, krijgt soms te horen dat het de les niet moet onderbreken.


We vertellen kinderen dat fouten waardevolle leermomenten zijn. Vervolgens zetten we een grote 4 boven aan hun proefwerk, zodat ze precies begrijpen hoe waardevol die fouten waren.


De les die veel kinderen onthouden is duidelijk: succesvolle mensen kennen het antwoord, intelligente mensen maken minder fouten en toegeven dat je iets niet begrijpt verlaagt je positie in de groep.


Die les nemen we mee naar ons volwassen leven.


We worden perfectionisten en overpresteerders. We presenteren zorgvuldig onze successen en verwijderen stilletjes alle eerdere versies waarin we werkelijk geen idee hadden wat we aan het doen waren. LinkedIn staat vol met verhalen over succes van de ene op de andere dag, dat toevallig veertien jaar heeft geduurd.


Onderzoek naar productief falen laat zien dat worstelen met moeilijke problemen en aanvankelijk mislukte oplossingen bedenken, kan bijdragen aan een dieper begrip wanneer daarna de juiste uitleg volgt. Een fout is niet automatisch waardevol, maar onderzoeken waarom iets mislukte kan ons meer leren dan wanneer we onmiddellijk het juiste antwoord krijgen.


Het probleem is niet dat we fouten maken.


Het probleem is dat we ze maken zonder er iets van te leren.


Eerst zijn ze onwetend, daarna dom en uiteindelijk slecht


Kathryn Schulz beschrijft een herkenbaar patroon in de manier waarop we omgaan met mensen die het niet met ons eens zijn. Zodra we aannemen dat onze visie gelijkstaat aan de werkelijkheid, wordt iedereen die iets anders ziet een probleem dat moet worden verklaard.


Dat doen we meestal in drie stappen.


Aanname 1: ze zijn onwetend


Onze eerste gedachte is dat de ander simpelweg niet beschikt over de informatie die wij wel hebben.


Als ze dezelfde boeken lezen, dezelfde documentaire bekijken, met dezelfde deskundigen spreken of eindelijk eens aandachtig naar onze briljante uitleg luisteren, zullen ze het vanzelf met ons eens worden.


Deze aanname voelt nog redelijk vriendelijk. Het zijn geen slechte mensen. Ze zijn alleen onvoldoende geïnformeerd en hebben het geluk dat ze ons zijn tegengekomen.

Vervolgens geven we ze de ontbrekende informatie.


Irritant genoeg zijn ze het daarna nog steeds niet met ons eens.


Aanname 2: ze zijn dom


Als iemand over dezelfde informatie beschikt en toch tot een andere conclusie komt, kan onwetendheid het probleem niet meer verklaren. Daarom beginnen we aan zijn intelligentie te twijfelen.


Hij heeft alle stukjes van de puzzel, maar is blijkbaar niet in staat het complete plaatje te zien. We leggen het daarom nog een keer uit, alleen wat harder en met kleinere woorden. Dat verbetert het gesprek zelden, maar het geeft ons wel het gevoel dat we werkelijk alles hebben geprobeerd.


Als de ander daarna nog steeds weigert onze werkelijkheid te accepteren, blijft er nog maar één verklaring over.


Aanname 3: ze zijn slecht of egoïstisch


Op dit punt besluiten we dat de ander de waarheid uitstekend begrijpt, maar weigert haar te accepteren omdat dit zijn belangen, positie of identiteit zou beschadigen.

Hij is niet onwetend of dom. Hij is oneerlijk, egoïstisch of moreel verdorven.


Zo verandert een meningsverschil over feiten in een oordeel over iemands karakter. Het gebeurt in de politiek, in bedrijven, in religie, binnen families en in relaties. We beginnen met “Ik denk dat je ongelijk hebt” en eindigen op de een of andere manier met “Jij bent een slecht mens.”


De mogelijkheid die we meestal als laatste onderzoeken, is ook de eenvoudigste:


Misschien heb ik ongelijk.


Jouw werkelijkheid is echt, maar niet de hele werkelijkheid


We zien de wereld niet objectief. We interpreteren haar door alles wat we hebben meegemaakt, geleerd, gevreesd, liefgehad en verloren.


Dat betekent niet dat iedere mening even waar is. Boeddha is ergens geboren. Een brug kan het vereiste gewicht dragen of niet. Btw blijft verschuldigd, zelfs wanneer je principieel bezwaar hebt tegen het concept.


Feiten bestaan.


Maar onze toegang tot die feiten wordt gefilterd. We merken bepaalde informatie op en negeren andere informatie. We onthouden gebeurtenissen selectief. We vertrouwen mensen die het al met ons eens zijn sneller en raken plotseling bijzonder geïnteresseerd in “kritisch denken” wanneer bewijs ons even niet goed uitkomt.


De werkelijke vraag is daarom niet of de waarheid bestaat.


De vraag is of ik haar volledig bezit.


Die twee met elkaar verwarren is waar zekerheid gevaarlijk wordt. We stoppen met onderzoeken omdat we denken dat het onderzoek al is afgerond. We stoppen met luisteren omdat we denken dat we al weten wat de ander gaat zeggen. We stoppen met vragen stellen omdat ons antwoord onderdeel is geworden van wie we zijn.



Zekerheid beschermt je ego, maar vernietigt creativiteit


Creativiteit vraagt om de bereidheid een ruimte binnen te gaan waarin het juiste antwoord nog niet bekend is. Je probeert iets, ontdekt dat het niet werkt, onderzoekt waarom en probeert het opnieuw.


Zekerheid beëindigt dat proces.


Op het moment dat iemand zegt: “Dat kan niet”, stopt het experiment. Wanneer een bedrijf zegt: “Dat hebben we al geprobeerd”, neemt het aan dat de markt, technologie en omstandigheden niet zijn veranderd. Wanneer een leider zegt: “Ik weet precies wat het probleem is”, houdt de rest op met het delen van informatie die het tegendeel zou kunnen bewijzen.


Ongelijk hebben is essentieel voor creativiteit, omdat ieder werkelijk nieuw idee begint in onzekerheid. Je kunt niets ontdekken wanneer je doet alsof het al ontdekt is.


Hetzelfde geldt voor leiderschap. Een leider die nooit toegeeft dat hij ongelijk had, leert de hele organisatie om slecht nieuws te verbergen. Medewerkers ontdekken dat het beschermen van de zekerheid van de leider veiliger is dan het melden van de werkelijkheid.


Uiteindelijk ontvangt de leider nog steeds informatie. Alleen is die informatie eerst schoongemaakt, opgepoetst en onschadelijk gemaakt voordat zij de top bereikt.


Zo nemen intelligente organisaties opmerkelijk domme beslissingen.


Intellectuele bescheidenheid is geen zwakte


Intellectuele bescheidenheid betekent dat je beseft dat je kennis beperkt is en dat je overtuigingen onjuist kunnen zijn. Het betekent niet dat je geen zelfvertrouwen of mening hebt, of dat je van gedachten verandert zodra iemand een wenkbrauw optrekt.


Een brede analyse van onderzoek naar intellectuele bescheidenheid beschrijft het als het vermogen om de beperkingen van je kennis te herkennen en te accepteren dat je overtuigingen verkeerd kunnen zijn. Ander onderzoek suggereert dat intellectueel bescheiden mensen informatie die hun bestaande positie uitdaagt serieuzer onderzoeken en constructiever reageren tijdens conflicten.


Intellectuele bescheidenheid stelt je in staat om te zeggen:


“Ik heb een duidelijke mening, maar misschien mis ik iets.”

“Ik heb deze beslissing genomen op basis van wat ik toen wist.”

“Deze nieuwe informatie verandert mijn conclusie.”

“Ik had ongelijk.”


Die zinnen maken een leider niet zwakker. Ze maken het voor alle anderen veiliger om de waarheid te vertellen.


Zelfvertrouwen zegt: “Ik kan een beslissing nemen.”


Zekerheid zegt: “Er valt niets meer te onderzoeken.”


Dat is niet hetzelfde.


Soms kunnen we niet zien dat we ongelijk hebben


Soms is onze kennis zo beperkt dat we de beperkingen ervan niet kunnen herkennen. Dat is het mechanisme dat wordt beschreven in het oorspronkelijke onderzoek naar het Dunning-Kruger-effect.


Wanneer je onvoldoende van een onderwerp weet, kan ook de kennis ontbreken waarmee je jouw eigen deskundigheid moet beoordelen. Je mist dan niet alleen het antwoord. Je ziet soms niet eens dat er een vraag ontbreekt.


Maar het interessantere moment in dit artikel komt daarna. Wat gebeurt er wanneer de werkelijkheid ons wél feedback geeft? Wat gebeurt er wanneer iemand ons het bewijs, het mislukte resultaat, de verloren klant, de financiële cijfers of de camerabeelden laat zien?


Passen we ons denken aan?


Of gebruiken we onze intelligentie om een betere verdediging van onze fout te bedenken?


Intelligentie garandeert niet dat we ons ongelijk zullen toegeven. Soms maakt zij ons alleen betere advocaten van onze eigen onzin.


Hoe je beter kunt worden in ongelijk hebben


Je hoeft niet iedere gedachte te wantrouwen of je voor ieder meningsverschil te verontschuldigen. Dat is geen intellectuele bescheidenheid. Dat is intellectuele verlamming.


Je moet jouw identiteit losmaken van je conclusie.


Voordat je een belangrijke overtuiging of beslissing verdedigt, kun je jezelf deze vragen stellen:


  • Welk bewijs zou mij werkelijk van gedachten doen veranderen?

  • Welk deel van mijn conclusie is een feit en welk deel is mijn interpretatie?

  • Luister ik om de ander te begrijpen of wacht ik tot ik weer kan reageren?

  • Wat ziet de ander dat ik misschien mis?

  • Verdedig ik dit idee omdat het klopt of omdat het van mij is?

  • Wat zou ik morgen anders doen als ik vandaag ontdekte dat ik ongelijk had?


Deze vragen creëren ruimte tussen jou en je mening. Binnen die ruimte wordt leren mogelijk.


Van mening veranderen is geen bewijs dat je vroegere zelf dom was. Het is bewijs dat je huidige zelf over meer informatie beschikt.


De werkelijke kracht is van gedachten kunnen veranderen


Het schoolhoofd in Thailand en de mensen die ik in Cambodja en Delhi sprak, hadden allemaal een versie van Boeddha’s geschiedenis die voor hen volledig waar voelde.


Dat is een relatief onschuldig voorbeeld. De geboorteplaats van Boeddha zal normaal gesproken geen bedrijf failliet laten gaan, een relatie vernietigen of een crisis in de bestuurskamer veroorzaken. Maar het mechanisme is hetzelfde.


We verwarren vertrouwdheid met waarheid. We verwarren zelfvertrouwen met kennis. We verwarren van mening veranderen met gezichtsverlies.


De sterkste persoon in de kamer is niet degene die nooit ongelijk lijkt te hebben. Het is degene die naar nieuwe informatie kan kijken, een oude conclusie kan loslaten en verder kan gaan zonder in elkaar te storten.


Jij bent niet jouw mening.


Je kunt een idee laten sterven zonder ermee ten onder te gaan.


Ongelijk hebben is niet het tegenovergestelde van intelligentie.


Weigeren het te ontdekken wel.



Veelgestelde vragen over ongelijk hebben


Waarom is het zo moeilijk om toe te geven dat je ongelijk hebt?


Toegeven dat je ongelijk hebt, kan je identiteit, status en zelfbeeld bedreigen. Mensen ervaren een correctie vaak niet als “dit idee is onjuist”, maar als “ik ben dom of incompetent”. Wanneer je jouw identiteit losmaakt van je mening, wordt het makkelijker om je denken aan te passen.


Waarom voelt ongelijk hebben zo ongemakkelijk?


Ongelijk hebben voelt meestal niet ongemakkelijk, omdat een onjuiste overtuiging volledig waar kan voelen. Het ongemak begint wanneer je ontdekt dat je overtuiging botst met de werkelijkheid. Kathryn Schulz onderzoekt dit onderscheid in Being Wrong: Adventures in the Margin of Error.


Waarom worden mensen defensief wanneer ze worden gecorrigeerd?


Mensen worden defensief wanneer informatie meer bedreigt dan alleen hun conclusie. Een correctie kan ook hun autoriteit, deskundigheid, groepsidentiteit of eerdere beslissingen ter discussie stellen. Defensief gedrag beschermt het ego tegen onmiddellijk ongemak, maar voorkomt ook dat iemand leert.


Leert school kinderen om bang te zijn voor fouten?


Scholen vertellen vaak dat fouten helpen bij het leren, maar cijfers en beoordelingen belonen nog steeds de juiste antwoorden. Kinderen kunnen fouten daardoor gaan associëren met een lagere status of intelligentie. Onderzoek naar productief falen laat zien dat mislukte pogingen het begrip kunnen verbeteren wanneer daarna reflectie en de juiste instructie volgen.


Kunnen fouten het leren verbeteren?


Ja, maar alleen wanneer de fout wordt onderzocht. Een fout wordt waardevol wanneer iemand feedback ontvangt, begrijpt waarom de aanpak mislukte en die kennis toepast bij een nieuwe poging. Dezelfde fout blijven herhalen zonder reflectie is geen leren. Het is een abonnement.


Waarom denken we dat mensen die het niet met ons eens zijn onwetend of dom zijn?


Wanneer we aannemen dat onze visie de werkelijkheid perfect weergeeft, moet een meningsverschil worden verklaard. Eerst denken we dat de ander informatie mist. Als die persoon dezelfde informatie ontvangt en nog steeds anders denkt, trekken we zijn intelligentie of motieven in twijfel. De mogelijkheid dat wij zelf ongelijk hebben, onderzoeken we meestal als laatste.


Wat is het verschil tussen zelfvertrouwen en zekerheid?


Zelfvertrouwen is vertrouwen op je vermogen om na te denken, te beslissen en te handelen. Zekerheid is geloven dat er niets meer te onderzoeken of bevragen valt. Een zelfverzekerd mens kan van gedachten veranderen zonder zichzelf kwijt te raken. Een zeker mens ervaart nieuwe informatie vaak als een bedreiging.


Wat heeft het Dunning-Kruger-effect met ongelijk hebben te maken?


Het Dunning-Kruger-effect beschrijft hoe beperkte deskundigheid het moeilijk kan maken om je eigen gebrek aan deskundigheid te herkennen. In sommige situaties weet je te weinig om te kunnen zien waar je redenering verkeerd gaat. Daarom is zekerheid niet automatisch een teken van kennis.


Wat is intellectuele bescheidenheid?


Intellectuele bescheidenheid is het vermogen om te erkennen dat je kennis beperkt is en dat je overtuigingen onjuist kunnen zijn. Het betekent niet dat je geen overtuigingen mag hebben. Het betekent dat je er stevig genoeg op kunt handelen, maar ze ook kunt herzien wanneer beter bewijs verschijnt. Onderzoek naar intellectuele bescheidenheid verbindt deze eigenschap met zorgvuldiger informatieverwerking en constructievere reacties op meningsverschillen.


Waarom is het belangrijk dat leiders fouten toegeven?


Leiders die fouten toegeven, maken het veiliger voor medewerkers om slecht nieuws, afwijkende informatie en vroege waarschuwingen te delen. Leiders die altijd gelijk moeten hebben, leren mensen problemen te verbergen totdat ze niet meer verborgen kunnen worden. Een fout toegeven helpt voorkomen dat de hele organisatie haar herhaalt.


Hoe kun je beter worden in het toegeven van je ongelijk?


Begin door jouw identiteit los te maken van je mening. Vraag welk bewijs je van gedachten zou doen veranderen, luister voordat je jezelf verdedigt en benoem precies welk deel van je conclusie niet klopte. “Ik had hierover ongelijk” is nuttiger dan er een toespraak van te maken over alles wat je wel goed had.


Maakt van gedachten veranderen je zwak of onbetrouwbaar?


Nee. Van gedachten veranderen nadat je betere informatie hebt ontvangen, is bewijs dat je hebt geleerd. Vasthouden aan een standpunt ondanks duidelijk bewijs beschermt misschien tijdelijk je imago, maar beschadigt je beoordelingsvermogen. Het doel is niet om eeuwig trouw te blijven aan je verleden. Het doel is intelligent reageren op de werkelijkheid.

Opmerkingen


bottom of page