Zijn het COA en haar partners het gif van onze samenleving?
- Ben Steenstra
- 16 minuten geleden
- 6 minuten om te lezen
Er werken bij het COA meer dan 8.000 medewerkers, ruim 1.600 vrijwilligers en ruim 300 keten- en samenwerkingspartners. Dat betekent dat er meer dan 10.000 mensen rond het COA actief zijn. En dan tellen we alle medewerkers van beveiliging, catering, vastgoed, zorg, onderwijs, gemeenten, adviesclubs en andere partijen die via die 300 partners meedraaien in deze opvangmachine nog niet eens mee.
Als je uitgaat van meer dan 50.000 mensen die per jaar het asielsysteem binnenkomen, dan kom je grofweg uit op één COA-medewerker per vijf immigranten. Eén op vijf. En dan tellen we al die mensen bij de honderden partnerorganisaties nog niet eens mee.
En dan de kosten. De begroting voor Asiel en Migratie bedraagt circa 9,5 miljard euro.
Dat is dus bijna een miljoen per COA-medewerker en twee ton per immigrant.
Het zijn maar ruwe cijfers, maar laat dat even bezinken.
Bijna 10.000 mensen direct rond het COA. Meer dan 300 partners. Miljarden aan publiek geld. En dan lukt het nog steeds niet om grip te krijgen op de opvang, de instroom, de veiligheid, de communicatie of het draagvlak in dorpen en steden.
Sterker nog: hoe groter het COA wordt, hoe groter het probleem lijkt te worden.

Dat is precies waarom steeds meer Nederlanders het vertrouwen verliezen. Niet omdat zij tegen echte oorlogsslachtoffers zijn. Niet omdat zij geen hart hebben. Niet omdat zij niet begrijpen dat mensen in nood geholpen moeten worden. Maar omdat zij zien dat er een complete industrie is ontstaan rond opvang, procedures, noodlocaties, contracten, hotels, beveiliging, begeleiding en bestuurstafels. Een industrie die groeit op chaos.
Wat is de rol van het COA eigenlijk nog?
Officieel is het COA er om asielzoekers op te vangen en te begeleiden. Onderdak, leefgeld, begeleiding, veiligheid, locaties zoeken, locaties beheren. Dat klinkt overzichtelijk. Dat klinkt menselijk. Dat klinkt alsof er een organisatie staat die orde brengt in een ingewikkeld probleem.
Maar in de praktijk zien inwoners iets anders.
Zij zien een organisatie die steeds meer geld krijgt en steeds minder uitlegt. Een organisatie die werkt met hotels, vastgoedeigenaren, beveiligers, zorgpartijen,
gemeenten en talloze partners. Een organisatie die zegt dat zij moet handelen door druk op de opvang, maar ondertussen dorpen en wijken confronteert met voldongen feiten.
En dan komt de standaardzin: “Het kan niet anders.”
Dat is precies de zin waar mensen klaar mee zijn.
Formeel beslist niet het COA wie asiel krijgt. Dat doet de IND. Maar dat maakt het COA niet onschuldig. Het COA is de opvangmachine die de gevolgen van dat falende systeem opvangt, uitbreidt en vervolgens over gemeenten uitrolt. De IND bepaalt wie wel of geen status krijgt, maar het COA organiseert de locaties, de noodopvang, de hotels, de druk op gemeenten en de uitvoering waar gewone inwoners uiteindelijk mee worden geconfronteerd.
En precies daar zit het probleem.
Want met bijna onbeperkte middelen, duizenden mensen en honderden partners zou je verwachten dat deze asielketen eindelijk doet wat nodig is: snel en hard onderscheid maken tussen mensen die werkelijk bescherming nodig hebben en mensen die het systeem gebruiken als toegangspoort tot Nederland.
Maar precies daar faalt het systeem.
En dat falen is niet neutraal. Dat falen heeft gevolgen voor iedereen.
Voor de echte vluchteling, die verdwijnt in dezelfde massa als mensen die hier niet horen.
Voor de gemeente, die locaties moet zoeken.
Voor de burgemeester, die de openbare orde moet bewaken.
Voor de politie, die de rotzooi mag opruimen.
Voor de ondernemer, die ineens een opvanglocatie naast zijn zaak krijgt.
Voor de inwoner, die pas iets hoort als alles al geregeld is.
Voor de belastingbetaler, die elk jaar meer mag betalen voor een systeem dat elk jaar groter wordt en toch blijft falen.
Het probleem is niet opvang. Het echte probleem is selectie.
Als de IND, het COA en de rest van de asielketen werkelijk zouden doen wat zij moeten doen, dan zouden zij zich richten op de mensen die Nederland echt moet helpen. Oorlogsslachtoffers. Vrouwen en kinderen in levensgevaar. Mensen die aantoonbaar bescherming nodig hebben.
Maar dat is niet wat de gewone Nederlander ziet gebeuren.
Die ziet vooral een systeem waarin grote aantallen jonge mannen binnenkomen, procedures jarenlang duren, opvangplekken vollopen, statushouders blijven hangen, hotels worden afgehuurd en gemeenten onder druk worden gezet. En zodra iemand daar iets van zegt, wordt hij weggezet als hard, extreem of onmenselijk.
Dat is de omkering.
Niet de burger is onmenselijk. Het systeem is onmenselijk geworden.
Want een systeem dat echte vluchtelingen op één hoop gooit met economische gelukszoekers, beschadigt juist de mensen die wél bescherming verdienen. Als naar sommige ruwe schattingen nog geen 10 procent van de huidige instroom werkelijk bestaat uit mensen die wij direct als oorlogsslachtoffer zouden moeten beschermen, dan praat je over ongeveer 5.000 mensen per jaar. Verdubbel dat voor de zekerheid naar 10.000 mensen. Dan zit je nog steeds op een aantal dat Nederland tot een aantal jaar geleden absoluut probleemloos aankon.
Dat is het pijnlijke punt.
Nederland kan best mensen helpen.
Nederland kan geen eindeloos systeem dragen waarin niemand nog durft te zeggen wie hier wel en niet hoort te zijn.
En dan komt de Spreidingswet
In plaats van het echte probleem aan te pakken, namelijk de instroom en het gebrek aan harde selectie, komt er een bestuurlijke dwangmachine bovenop. De Spreidingswet. De bijbel van minister Bart van den Brink en het opvangapparaat. Een systeem waarin gemeenten opnieuw moeten gaan leveren omdat het landelijke systeem faalt. Volgens het COA moeten er voor 1 juli 2028 in totaal 88.000 opvangplekken komen. Gemeenten, provincies en het COA moeten daarin samenwerken en de minister gebruikt de provinciale verdeling voor de verdere besluiten.
Dat klinkt in Den Haag misschien ordelijk. Op papier is alles altijd netjes.
Maar in de praktijk betekent het dat burgemeesters het vuur aan de schenen wordt gelegd. Zij krijgen de onrust. Zij krijgen de boze inwoners. Zij krijgen de veiligheidsvraagstukken. Zij krijgen de demonstraties. Zij krijgen de vragen over hotels, noodopvang, sporthallen en leegstaande panden.
En het COA?
Die gaat door muren heen.
Meer plekken. Meer druk. Meer overlegtafels. Meer partners. Meer locaties. Meer geld.
Natuurlijk zijn er burgemeesters die hier maar wat blij mee zijn. Vooral bestuurders die politiek geloven in spreiding, opvang en bestuurlijke gehoorzaamheid. Maar er zijn ook burgemeesters die hun dorp wél willen beschermen. Burgemeesters zoals Guido Oude Kotte uit Aalsmeer, die zien wat er gebeurt als het COA eenmaal binnen is.
Burgemeesters die weten dat draagvlak niet ontstaat door inwoners pas achteraf te informeren.
En dan moet je als burgemeester maar zien hoe je de aasgieren van het opvangapparaat, de vastgoedbelangen en de instroom nog uit je vredelievende dorp houdt.
Het COA is geen oplossing meer. Het is onderdeel van het probleem.
Het COA presenteert zichzelf als uitvoerder. Alsof het slechts doet wat politiek en wet voorschrijven. Maar dat is te makkelijk. Een organisatie met zoveel medewerkers en miljarden aan publiek geld is geen klein loket. Dat is macht. Dat is invloed. Dat is een systeem.
En dat systeem heeft belang bij groei.
Meer opvangplekken betekent meer locaties.
Meer locaties betekent meer personeel.
Meer personeel betekent meer budget.
Meer budget betekent meer partners.
Meer partners betekent meer afhankelijkheid.
En hoe groter die machine wordt, hoe moeilijker het wordt om nog te zeggen: stop.
Dat is waarom het COA giftig is geworden voor onze samenleving. Niet omdat elke medewerker slecht is. Niet omdat elke vrijwilliger verkeerde bedoelingen heeft. Niet omdat elke asielzoeker hetzelfde verhaal heeft.
Het is giftig omdat het systeem weigert te doen wat nodig is.
Het kaf van het koren scheiden.
Niet omdat het COA formeel de asielbesluiten neemt. Dat doet de IND. Maar omdat het COA de zichtbare motor is van een opvangindustrie die blijft groeien zolang die selectie niet werkt. Het COA vangt de gevolgen op, bouwt de opvang uit, sluit deals, zoekt locaties, werkt met partners, drukt op gemeenten en schuift de maatschappelijke rekening door naar dorpen, wijken en inwoners.
Als de asielketen werkelijk scherp zou selecteren, zou zomaar kunnen blijken dat het echte aantal mensen dat Nederland direct moet beschermen veel lager ligt. Dan zouden we ons kunnen richten op echte oorlogsslachtoffers. Dan zou opvang weer menselijk, beheersbaar en uitlegbaar worden.
Maar zolang de IND traag selecteert, de politiek wegkijkt en het COA blijft uitbreiden, groeit de machine door.
En die machine is het gif.
Niet de echte vluchteling.
Niet de burger die bezwaar maakt.
Maar het systeem dat alles op één hoop gooit, miljarden opslokt, gemeenten onder druk zet en daarna doet alsof niemand verantwoordelijk is.















Opmerkingen