top of page
  • LinkedIn
  • Youtube
  • Black Facebook Icon
  • Black Instagram Icon
  • X
  • Pinterest
  • Reddit

Voorspellingen versus werkelijkheid: hoe aannames onze blik op de toekomst bepalen

5 mrt 2024
9 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 21 sep

Een voorspelling is geen feit. Maar zodra je haar als een feit behandelt, beïnvloedt zij wat je ziet, hoe je handelt en welke mogelijkheden je niet meer opmerkt. Soms lijkt de toekomst die je vreesde vervolgens te bewijzen dat je gelijk had, terwijl jouw eigen voorspelling er ongemerkt aan heeft bijgedragen.


Als ik mijn straat uitloop, linksaf sla en na ongeveer honderd meter rechtsaf ga, kom ik bij een supermarkt waar ik melk en brood kan kopen. Vanaf de plek waar ik dit schrijf, kan ik die supermarkt niet zien. Ik weet ook niet met volledige zekerheid of hij open is. Er kan een ongeluk zijn gebeurd, de stroom kan zijn uitgevallen of er kan iets anders onverwachts aan de hand zijn. Misschien is de winkel zelfs definitief gesloten zonder dat ik het weet.


Toch zal mijn voorspelling waarschijnlijk kloppen. Ik heb die route vaak gelopen. De supermarkt was er gisteren nog en niets geeft mij aanleiding om te denken dat hij vandaag verdwenen is.


Man loopt weg van tien gesloten deuren terwijl een elfde deur verderop openstaat in warm goudgeel licht.

De hele dag maken we dit soort voorspellingen. We verwachten dat de auto start wanneer we de sleutel omdraaien. We nemen aan dat onze kleding nog hangt waar we haar hebben achtergelaten. We denken dat een collega ongeveer hetzelfde zal reageren als de vorige keer. Zonder dat vermogen zou het gewone leven een uitputtende hoeveelheid bewuste denkkracht vragen.


Het probleem is niet dat we voorspellingen doen. Het probleem begint wanneer we vergeten dat het voorspellingen zijn.


Je gedachten wachten niet op de werkelijkheid


Ons brein gebruikt voortdurend eerdere ervaringen om te voorspellen wat er hierna zal gebeuren. Theorieën over predictive processing beschrijven waarneming zelfs als een voortdurend samenspel tussen wat het brein verwacht en de informatie die het ontvangt. Cognitief wetenschapper Andy Clark onderzocht dit idee in zijn publicatie Whatever Next? Predictive Brains, Situated Agents, and the Future of Cognitive Science.


Je hoeft niets van neurowetenschap te weten om dit proces te herkennen. Een klant reageert al drie dagen niet en je denkt dat het voorstel is afgewezen. Je partner is stiller dan normaal en je neemt aan dat er iets mis is tussen jullie. Een medewerker stelt een besluit ter discussie en je concludeert dat deze persoon niet wil veranderen.

Misschien heb je gelijk. Dat is altijd mogelijk.


Maar het kan ook zijn dat de klant het druk heeft, je partner moe is en je medewerker een probleem ziet dat jij over het hoofd hebt gezien. De werkelijkheid heeft nog geen antwoord gegeven, maar je gedachten houden niet van die open ruimte en vullen haar met een verhaal.


Dat verhaal wordt gevormd door wat je eerder hebt meegemaakt, maar ook door wat je vreest, hoopt en gelooft over jezelf en andere mensen. De voorspelling kan volkomen overtuigend voelen doordat de bijbehorende emotie echt is. Een echte emotie maakt de voorspelling echter niet automatisch juist.


Het verschil zit niet tussen feiten en aannames


Ik maakte vroeger onderscheid tussen voorspellingen die op feiten waren gebaseerd en voorspellingen die uit aannames voortkwamen. Dat onderscheid is te eenvoudig. Iedere voorspelling bevat aannames, omdat de toekomst nog niet heeft plaatsgevonden.

Het werkelijke verschil zit in de kwaliteit van het bewijs en in de zekerheid waarmee we onze conclusie vasthouden.


Mijn verwachting dat de supermarkt er nog staat, is gebaseerd op veel eerdere ervaringen en kan eenvoudig worden gecontroleerd. De gedachte dat geen enkele werkgever je ooit zal aannemen nadat je tien keer bent afgewezen, berust op veel minder bewijs. Dat blijft zo, hoe pijnlijk die afwijzingen ook zijn geweest. De uitspraak beschrijft niet wat er is gebeurd. Zij verandert wat er is gebeurd in een conclusie over de volledige toekomst.


Woorden als altijd, nooit, iedereen en niemand verraden vaak dat deze verschuiving heeft plaatsgevonden. Eén mislukt ondernemingsidee wordt het bewijs dat je geen ondernemer bent. Eén oneerlijke partner wordt het bewijs dat niemand te vertrouwen is. Eén moeilijke medewerker overtuigt een leider ervan dat mensen alleen presteren wanneer je ze controleert.


Ervaringen uit het verleden moeten we serieus nemen. Ze kunnen ons iets leren, beschermen en helpen patronen te herkennen. Maar ervaring wordt een gevangenis wanneer je de werkelijkheid niet langer toestaat om je iets nieuws te laten zien.


Een voorspelling kan de toekomst afsluiten voordat zij begonnen is


Een van mijn broers was de vijftig gepasseerd toen hij zonder werk kwam te zitten. Eerder in zijn leven had hij voor zijn kinderen gezorgd, omdat zijn toenmalige vrouw een goede baan had. Zijn cv zag er daardoor niet uit als dat van iemand die een gebruikelijke loopbaan had gevolgd.


Het was moeilijk om werk te vinden. Na tien afwijzingen stopte hij met solliciteren. Volgens hem zou niemand iemand zoals hij willen aannemen.


Ik begreep waarom hij dat voelde. Tien afwijzingen zijn niet denkbeeldig en iedere nieuwe sollicitatie vraagt dat je het risico van nog een teleurstelling aanvaardt. Maar ‘ik ben tien keer afgewezen’ en ‘niemand zal mij ooit aannemen’ zijn twee verschillende uitspraken.


De eerste beschrijft een ervaring. De tweede voorspelt de toekomst.

Vanaf het moment dat hij die voorspelling als werkelijkheid aanvaardde, had hij geen elfde werkgever meer nodig om hem af te wijzen. Dat deed hij namens die werkgever zelf.


Zo kunnen aannames zichzelf gaan versterken. Je verwacht te worden afgewezen en benadert daarom niemand meer. Je verwacht ruzie en begint het gesprek defensief of gaat het helemaal niet aan. Je gelooft dat een medewerker niet te vertrouwen is en controleert ieder detail, totdat die medewerker geen enkel initiatief meer neemt. Het gedrag dat uit de voorspelling voortkomt, helpt een uitkomst te creëren die de voorspelling lijkt te bevestigen.


Dat betekent niet dat iedere teleurstelling door jezelf is veroorzaakt. Ondernemingen wijzen geschikte kandidaten af. Relaties kunnen werkelijk onveilig zijn. Medewerkers kunnen weigeren verantwoordelijkheid te nemen. Het punt is niet dat de werkelijkheid altijd beter is dan je vreest. Het punt is dat je niet moet vaststellen wat de werkelijkheid is voordat je haar de kans hebt gegeven om te antwoorden.


Positieve voorspellingen zijn evenmin feiten


Negatieve verwachtingen zijn niet de enige voorspellingen die ons gedrag beïnvloeden. Vertrouwen en hoop bepalen eveneens welke handelingen we verrichten en hoelang we open blijven staan voor een mogelijkheid.


Toen ik op mijn 21ste mijn reclamebureau begon, waren de zichtbare feiten weinig geruststellend. Ik had een privéschuld, nauwelijks werk en meer kosten dan inkomsten. Toch geloofde ik dat de klanten uiteindelijk zouden komen. Dat vertrouwen zorgde ervoor dat ik een kantoor huurde, zichtbaar maakte dat het bedrijf vooruitging en lang genoeg doorging om mensen in onze omgeving vertrouwen te geven en ons te laten aanbevelen.


De groei kwam niet in het tempo dat financieel noodzakelijk was. Er waren momenten waarop het bureau technisch bijna niet meer kon voortbestaan. Toch bleef ik ervan overtuigd dat de kansen zouden komen. Uiteindelijk werd MyCom klant en niet lang daarna kregen we onze eerste opdracht voor Samsung. Later groeide het bureau internationaal.


Dat verhaal bewijst niet dat vertrouwen op magische wijze succes creëert. Als die klanten niet waren gekomen, had dezelfde overtuiging in een mislukking kunnen eindigen. Ook een positieve voorspelling is geen feit.


Het laat wel zien dat voorspellingen ons gedrag veranderen. De voorspelling dat er niemand zou komen, had mij de deur laten sluiten. Het vertrouwen dat er iemand kon komen, zorgde ervoor dat ik tijd, zichtbaarheid en mogelijkheden bleef creëren. Vertrouwen neemt de werkelijkheid niet weg. Het bepaalt hoeveel mogelijkheden je er nog in kunt zien.


We moeten negatieve zekerheid daarom niet simpelweg vervangen door positieve zekerheid. Tegen jezelf zeggen dat alles beslist goed komt, kan net zo ver van de werkelijkheid afstaan als besluiten dat niets ooit zal lukken.


De eerlijkere houding vraagt meer van je:


Ik weet niet wat er zal gebeuren, maar ik sluit geen mogelijkheid af voordat de werkelijkheid dat doet.

Leiders vinden vaak wat ze verwachten te vinden


Voorspellingen krijgen extra invloed wanneer je gezag hebt over andere mensen.

Stel dat een nieuwe manager ziet dat een medewerker een deadline mist en concludeert dat deze persoon onvoldoende betrokken is. Vanaf dat moment ziet de manager iedere vertraging, ieder kort antwoord en ieder moment van aarzeling. Werk dat goed gaat, krijgt minder aandacht omdat het niet bij de voorspelling past.


De medewerker voelt het wantrouwen en wordt voorzichtiger. Ideeën worden niet meer gedeeld, omdat iedere fout extra betekenis lijkt te krijgen. Het initiatief neemt af. De manager ziet vervolgens nog meer bewijs van een gebrek aan betrokkenheid en voelt zich bevestigd.


Misschien was de medewerker werkelijk niet betrokken. Maar misschien veranderde de vroege voorspelling van de manager de relatie voordat een van beiden begreep wat er gebeurde.


Daarom moeten leiders voorzichtig zijn met conclusies die als waarnemingen klinken. ‘Zij biedt altijd weerstand.’ ‘Hij heeft geen ambitie.’ ‘Zij kunnen geen verantwoordelijkheid dragen.’ Zulke uitspraken kunnen waardevolle informatie bevatten, maar het kunnen ook verhalen zijn die op een klein aantal gebeurtenissen zijn gebouwd.


Een leider die het verhaal te snel gelooft, stopt met vragen stellen. In plaats van te onderzoeken wat beweging tegenhoudt, geeft de leider leiding aan de persoon die hij heeft voorspeld en niet langer aan de mens die werkelijk voor hem staat.


Dit betekent niet dat leiders patronen moeten negeren of moeilijke beslissingen uit de weg moeten gaan. Het betekent dat ze in staat moeten blijven om verrast te worden. Door jouw gezag krijgen je aannames grotere gevolgen, omdat andere mensen moeten leven in de werkelijkheid die jij op basis daarvan voor hen creëert.


Aannames veranderen ook relaties


Hetzelfde proces vindt plaats in persoonlijke relaties. Iemand die eerder is bedrogen, wordt alert op ieder mogelijk teken van oneerlijkheid. Een bericht dat op zich laat wachten, voelt als een afwijzing. Een vergeten detail wordt het bewijs dat de ander niet om je geeft. Een onschuldige fout lijkt ineens met opzet te zijn gemaakt.


Ook deze angst komt niet uit het niets. Zij kan zijn ontstaan door een pijnlijke ervaring. Maar wanneer je jezelf tegen het verleden probeert te beschermen, kan het voor iemand in het heden onmogelijk worden om zich anders te gedragen.


De ander raakt uiteindelijk uitgeput van het steeds opnieuw moeten ontkrachten van een voorspelling die hij of zij niet heeft veroorzaakt. Diegene trekt zich terug, reageert defensief of stopt met uitleg geven. De afstand die daardoor ontstaat, lijkt vervolgens te bevestigen dat mensen inderdaad niet te vertrouwen zijn.


Wanneer emoties de overhand krijgen, wordt het moeilijk om onderscheid te maken tussen wat er is gebeurd en de betekenis die wij eraan geven. Op dat onderscheid ga ik dieper in bij het herkaderen van gedachten wanneer emoties je leven beheersen. Je gevoelens hoeven niet te worden ontkend, maar niet iedere conclusie die uit die gevoelens voortkomt, is daarmee bewijs geworden.


Hoe herken je een voorspelling die zich als werkelijkheid voordoet?


Het duidelijkste signaal is niet dat de voorspelling negatief is. Het is dat je haar niet langer als een mogelijkheid ervaart, maar als een zekerheid begint uit te spreken.

Je denkt niet meer: ‘Ik ben bang dat ze mijn voorstel misschien afwijzen.’ Je denkt: ‘Ze zijn niet geïnteresseerd.’ Je zegt niet: ‘Ik ben bang dat ik geen nieuwe relatie vind.’ Je zegt: ‘Er bestaan geen goede partners meer.’ Je zegt niet meer: ‘Deze medewerker heeft zich tegen twee veranderingen verzet.’ Je zegt: ‘Deze persoon zal nooit veranderen.’


De voorspelling wordt onderdeel van de manier waarop je naar de wereld kijkt. Alles wat je vervolgens opmerkt, wordt eromheen georganiseerd.


Een lage eigenwaarde kan dit nog overtuigender maken. Wanneer je al gelooft dat je niet goed genoeg bent, lijkt iedere tegenslag iets fundamenteels over jou te bevestigen. Een afgewezen sollicitatie betekent niet langer dat één werkgever iemand anders heeft gekozen. Zij betekent dat jij niet geschikt bent voor werk. Het einde van een relatie betekent niet langer dat twee mensen niet samen verder konden. Het betekent dat niemand van jou kan houden. Dat verschil onderzoek ik uitgebreider in Zelfvertrouwen opbouwen door je eigenwaarde te versterken.


De gebeurtenis kan werkelijk hebben plaatsgevonden. De identiteit die je eruit afleidt, blijft een interpretatie.


Vier vragen die de werkelijkheid weer openen


Je hoeft niet ieder instinct te wantrouwen of iedere gewone verwachting uitvoerig te analyseren. De meeste voorspellingen zijn nuttig en veel daarvan kloppen. Het gaat erom dat je voorspellingen herkent die belangrijke keuzes, relaties of mogelijkheden beperken voordat ze werkelijk zijn onderzocht.


Wat weet ik daadwerkelijk?


Beschrijf alleen wat er is gebeurd. De klant heeft al drie dagen niet geantwoord. Je bent tien keer afgewezen. Een medewerker heeft een deadline gemist. Je partner heeft een afspraak afgezegd.


Dat kan al pijnlijk of teleurstellend genoeg zijn. Je hoeft het niet kleiner te maken. Houd het feit alleen gescheiden van de toekomst die je gedachten eromheen hebben gebouwd.


Wat voeg ik daar zelf aan toe?


Luister naar de conclusie. Ze zijn niet geïnteresseerd. Niemand zal mij aannemen. De medewerker geeft er niets om. Mijn partner verliest belangstelling.


Vraag je vervolgens af of die conclusie werkelijk door bewijs wordt ondersteund of dat zij vooral een poging is om onzekerheid weg te nemen. Zekerheid kan veiliger voelen dan niet weten, zelfs wanneer die zekerheid pijnlijk is.


Wat zou er nog meer waar kunnen zijn?


Dwing jezelf niet om een vrolijke verklaring te verzinnen. Zoek naar aannemelijke alternatieven. De klant kan het druk hebben. Jouw ervaring past misschien beter bij een ander soort werkgever. De medewerker begrijpt mogelijk het doel van de opdracht niet. Je partner kan ergens mee worstelen wat niets met jou te maken heeft.


Je probeert de ene zekerheid niet door een andere te vervangen. Je opent de werkelijkheid opnieuw.


Welke handeling houdt de mogelijkheid open?


Stuur een respectvolle herinnering. Verstuur nog een sollicitatie. Vraag de medewerker wat er is gebeurd. Voer het gesprek dat je het liefst zou vermijden.


De beste volgende stap is vaak niet de stap die de gewenste uitkomst garandeert. Zulke garanties bestaan zelden. Het is de handeling die nieuwe informatie tot de situatie toelaat.


Laat de werkelijkheid het laatste woord houden


Ervaring is belangrijk. Intuïtie is belangrijk. Emoties zijn belangrijk. Ze helpen ons allemaal om te voorspellen wat er kan gebeuren en kunnen voorkomen dat we dezelfde fout opnieuw maken.


Maar geen ervan kan de toekomst zien.


Het gevaar ontstaat wanneer een voorspelling zo overtuigend wordt dat we haar niet meer onderzoeken. We trekken ons terug, controleren, vermijden, wijzen af of geven op en noemen de uitkomst vervolgens de werkelijkheid.


Soms zal je angst terecht blijken. Soms zal je vertrouwen misplaatst zijn geweest. Openstaan voor de werkelijkheid garandeert geen prettig antwoord.


Het geeft je iets belangrijkers: de mogelijkheid om te reageren op wat er werkelijk gebeurt, in plaats van te leven in een toekomst die je aannames voor je hebben gecreëerd.


Geloof niet iedere voorspelling alleen omdat zij klinkt als je eigen stem.


Laat de werkelijkheid eerst antwoorden.

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page