Iedereen mag anders zijn. Tot iemand écht anders is.
- Ben Steenstra
- 3 dagen geleden
- 5 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 3 dagen geleden
Op een dag nam ik P.W. aan als developer. Ik gebruik hier niet zijn echte initialen.
Alles aan hem was anders. Zijn cv was groen. Hij was meer dan twee meter lang, had een merkwaardige, bijna onverzorgde baard, lang haar en een wat trage maar frisse blik. Hij was niet iemand die tijdens een sollicitatie zichtbaar zijn best deed om een geweldige eerste indruk te maken. Hij was gewoon P.W.
Waarom ik hem aannam? Ik weet het eerlijk gezegd niet meer. Misschien hadden we dringend iemand nodig. Misschien was het intuïtie. Gezien de manier waarop ik destijds mensen aannam, zal intuïtie in ieder geval een flinke rol hebben gespeeld.
Wat al snel bleek, was dat hij bijzonder goed kon ontwikkelen.
P.W. had schoenmaat 48 en deed op kantoor altijd zijn schoenen uit. Onder zijn standaard groene spijkerbroek verschenen dan een paar felgroene sokken. Zijn screensaver was groen. Zijn desktop was groen. Eigenlijk moest alles in zijn wereld precies dezelfde kleur groen hebben.

Niet legergroen, olijfgroen of donkergroen. Het moest één specifieke lichte tint zijn.
Sommige mensen vonden hem vreemd. Toen er later een vrouw bij ons kwam werken, liepen de irritaties over zijn soms lompe gedrag en zijn allesoverheersende voorkeur voor groen zelfs een keer zo hoog op dat ze iets naar zijn hoofd wilde gooien.
P.W. bleef rustig. Hij was wel groot en groen, maar de Hulk was hij niet.
Wanneer anders zijn een probleem wordt
Ik kwam voor hem op. Binnen mijn onderneming moest iedereen zichzelf kunnen zijn. Niet alleen wanneer iemands eigenheid grappig, charmant of inspirerend was, maar ook wanneer iemand verder van onze eigen norm afstond.
Dat betekende natuurlijk niet dat P.W. alles maar mocht doen. Hij kon lomp zijn. Als zijn gedrag anderen werkelijk raakte, moest dat besproken kunnen worden. Maar zijn groene sokken, zijn haar, zijn blik en zijn ongebruikelijke manier van doen waren geen problemen die opgelost hoefden te worden.
Hij was anders. Dat is iets anders dan dat er iets mis met hem was.
We zeggen graag dat iedereen zichzelf mag zijn. Bedrijven zoeken authentieke mensen. Teams willen verschillende persoonlijkheden. We waarderen eigenzinnigheid, zolang die inspirerend, creatief of commercieel bruikbaar blijft.
Het wordt lastiger wanneer iemand écht afwijkt.
Dan moet die persoon toch wat socialer worden. Iets representatiever. Wat enthousiaster reageren. Meer oogcontact maken. Af en toe lachen. Normale sokken dragen. Of in ieder geval zijn schoenen aanhouden.
Blijkbaar mag je jezelf zijn, zolang jouw versie van jezelf niet te veel ongemak veroorzaakt bij mensen die zichzelf als normaal beschouwen.
Als leider moest ik daarom twee dingen uit elkaar houden. P.W. hoefde geen aangepaste versie van zichzelf te worden, maar hij bleef wel verantwoordelijk voor de manier waarop zijn gedrag anderen beïnvloedde. Dat onderscheid hoort voor mij ook bij authentiek leiderschap. Mensen ruimte geven betekent niet dat je nergens meer iets van mag zeggen.
Accepteren is iets anders dan tolereren
Ik schreef eerder over het verschil tussen accepteren en tolereren. Tolereren klinkt positief, maar betekent vaak dat iemand van ons anders mag zijn zolang wij daar niet te veel last van hebben.
Accepteren gaat verder. Dan hoeft iemand niet voortdurend te bewijzen dat zijn afwijking onschuldig, nuttig of zelfs bijzonder is. Hij hoeft niet eerst briljant te kunnen ontwikkelen voordat zijn groene sokken mogen bestaan.
Dat wil niet zeggen dat alles geaccepteerd moet worden. Ook onder het mom van authenticiteit kun je je als een enorme klootzak gedragen. Jezelf zijn ontslaat je niet van de verantwoordelijkheid om rekening te houden met anderen.
Maar we moeten wel onderscheid blijven maken tussen gedrag dat werkelijk schadelijk is en gedrag dat we vooral vreemd vinden omdat wij het niet begrijpen.
“Niet alles wat wij vreemd vinden, hoeft door een ander te worden veranderd.” Ben Steenstra
Wat Mijn woord tegen het mijne laat zien
Ik moest aan P.W. denken toen ik de trailer zag van de documentaire Mijn woord tegen het mijne van Maasja Ooms.
Niet omdat zijn liefde voor groen ook maar enigszins te vergelijken is met het horen van stemmen. Dat is een totaal andere en vaak veel ingrijpendere werkelijkheid. De overeenkomst zit niet in wat zij ervaren, maar in onze eerste reactie op iets wat buiten onze eigen ervaring valt.
Hoe snel vinden we iemand vreemd? Hoe snel denken we dat iets wat wij niet begrijpen daarom niet serieus genomen hoeft te worden? En hoe vaak proberen we iemand passend te maken, omdat diens werkelijkheid ons ongemakkelijk maakt?
In de documentaire maken we kennis met vijf mensen die stemmen horen. Sommige stemmen bedreigen of kleineren hen, terwijl andere stemmen juist lijken te willen beschermen. Psychiater Dirk Corstens praat niet alleen met de mensen die de stemmen horen, maar gaat ook rechtstreeks met hun stemmen in gesprek.
Ik heb de documentaire nog niet gezien. Alleen de trailer en die raakte mij. Maar daarom kan ik ook niet zeggen wat ik van de hele film vind of dat ik het met alles eens zal zijn.
Juist dat maakt mij nieuwsgierig.
Wat mij in de trailer raakte, was de bereidheid om eerst te luisteren naar iets wat voor een buitenstaander bijna onmogelijk te begrijpen is. Niet onmiddellijk corrigeren, onderdrukken, verklaren of oplossen, maar onderzoeken wat iemand werkelijk ervaart.
Luisteren zonder iemand eerst passend te maken
Luisteren betekent niet dat je alles gelooft of goedkeurt. Het betekent ook niet dat je geen grenzen meer mag stellen of jouw eigen oordeel moet uitschakelen.
Het betekent dat je jouw werkelijkheid niet onmiddellijk als de enige mogelijke gebruikt.
Daarom schreef ik eerder dat de slimste persoon in de zaal vaak degene is die het beste luistert. Niet omdat die persoon geen mening heeft, maar omdat hij beseft dat zijn eerste oordeel niet automatisch de waarheid is.
Bij P.W. hoefde ik zijn groene wereld niet te begrijpen om zijn talent te kunnen zien. Ik hoefde zijn gedrag niet altijd prettig te vinden om hem als mens serieus te nemen. En wanneer hij te lomp was, kon ik dat bespreken zonder van zijn hele persoonlijkheid een probleem te maken.
Misschien maakt juist dat een samenleving. Niet dat we alles van elkaar begrijpen, maar dat we ruimte laten voor mensen wier werkelijkheid niet precies op de onze lijkt.
Ik ga Mijn woord tegen het mijne in ieder geval bekijken. De bekroonde documentaire is op zondag 13 september 2026 te zien bij de VPRO op NPO 2 en daarna via NPO Start. Niet omdat ik verwacht dat de film mij vertelt wat normaal is, maar omdat ze lijkt te laten zien wat er gebeurt wanneer we niet onmiddellijk oordelen, maar eerst luisteren.
Alleen dat maakt haar wat mij betreft al het kijken waard.
De vraag die na de trailer bij mij bleef hangen, gaat uiteindelijk niet alleen over mensen die stemmen horen:
Is er werkelijk iets mis met hen, of vinden wij het vooral moeilijk dat niet iedereen de wereld ervaart zoals wij?

















Opmerkingen